Theekransje

Onbekende treinbekenden

Iedere dag neem ik dezelfde trein naar mijn werk. Hetzelfde tijdstip, naar dezelfde bestemming. Ik zit zelfs iedere dag in dezelfde coupé. Het voelt een beetje alsof je een eigen plekje hebt, hoewel op sommige ochtenden blijkt dat dit niet het geval is. Soms zit er ineens iemand anders op mijn klapstoeltje in één van de verste coupés. Al moet je soms een stoeltje opschuiven, een plekje in die coupé is vertrouwd en de mensen om me heen ook. Zij nemen namelijk, net als ik, altijd dezelfde trein en zitten altijd in dezelfde coupé. Als fan van Sherlock Holmes, de detective die in één oogopslag kan zien waar een persoon werkt en wat hij die ochtend gegeten heeft, probeer ik deze mensen wel eens te ontleden. Puur uit nieuwsgierigheid.

Detective zijn is moeilijk. Ik ben er onwijs slecht in. Van het meisje van mijn leeftijd met de rode rugzak weet ik niet veel, behalve dat ze een rode rugzak heeft en water drinkt. Er zit namelijk een hippe waterfles in een zijvakje van haar tas. Ik weet waar ze werkt, maar dat heeft helaas weinig te maken met mijn detective skills. Dit komt omdat ik, wanneer we allemaal in één lange rij van het station aflopen, zie naar welk kantoorgebouw zij loopt. Ik vraag me af of ze leuk werkt heeft, leuke collega’s. Of haar kantoorgebouw gezelliger is ingericht dan dat van mij. Ik schat de kans op het laatste niet al te hoog in als ik op de buitenkant van het kantoor af mag gaan.

Er zijn veel mannen in ‘mijn’ coupé. Een meneer die nooit echt opvalt. Een andere meneer die nooit opvalt, maar waarvan ik weet dat hij ergens bij mij in de buurt woont, omdat ik hem onlangs tegen kwam in de supermarkt. Ik herken hem, ik zie hem elke dag, maar we groeten elkaar niet. Nooit, niemand. Niet ’s ochtends in de coupé, ondanks het feit dat je elkaar iedere dag ziet. Iedereen zit in z’n eigen bubbel, en misschien is dat ook maar beter. Ikzelf ben om tien voor acht namelijk niet bepaald leuk, zeker niet op maandagochtend. Er is een andere meneer die er niet altijd is, maar die zichzelf in ons coupé clubje onsterfelijk heeft gemaakt door een keer z’n koffie om te stoten zonder dat hij het doorhad. Het resultaat: vijf op de grond staande tassen in een plasje koffie. Niet die van mij, gelukkig. Misschien is die meneer er niet zo vaak omdat hij zich nog een beetje lullig voelt daarover.

Twee mannen vallen mij het meeste op. De eerste is een man die een halte verder instapt en iedere dag voor mijn nodige 10 seconden entertainment zorgt. Deze man is lang, heeft een stekeltjeskapsel waar hij toch minimaal 30 jaar te oud voor is, en snakt iedere ochtend naar een zitplek. Het resultaat is dat hij zich op bijna kinderachtige wijze praktisch naar binnen smijt zodra de deur open is en nog net niet over zijn eigen voeten struikelt als hij zich naar een stoeltje haast. Het is eigenlijk een beetje sneu. De tweede man valt op, omdat hij altijd boos kijkt. Altijd. Hij draagt altijd Nike sneakertjes, een vormloze spijkerbroek en hij kijkt alsof hij moordneigingen heeft. Maar dat is niet waar ik me aan stoor. Ik stoor me aan iets wat hij doet als we uit de trein zijn. Zodra wij namelijk voor het stoplicht staan om over te kunnen steken, steekt hij een sigaret aan. Daar neemt hij vervolgens tijdens de bijna 10 minuten die we nog moeten lopen, gemiddeld 8 trekjes van. De rest van de tijd laat hij de sigaret lekker opbranden, wat er voor zorgt dat ik die stinkrook in m’n gezicht krijg omdat ik achter hem loop. Prima dat je wil roken, maar zuig dan lekker zelf die stank op in plaats van mijn frisse lucht te vervuilen. De laatste paar dagen steekt hij geen sigaret meer op. Ik denk dat hij gestopt is met roken. Dit heb ik met mijn detective skills opgemerkt omdat ik ie dat hij geen sigaret meer opsteekt. Misschien is hij voortijdig begonnen aan zijn goede voornemens. Good for him, en voor mij. Kan ik weer lekker frisse lucht inademen.

Eigenlijk zijn ze fascinerend, deze mensen. Ik kom ze elke dag tegen. Als ze er een keer niet zijn, vraag ik me af of ze vrij hebben of zich hebben verslapen. Ik merk hun afwezigheid op, en zij de mijne misschien ook als ik er een keer niet ben. We zeggen elkaar geen gedag, we kijken elkaar amper aan. En toch is het elke ochtend best weer leuk om dezelfde mensen te zien en te weten dat ik niet de enige ben die elke dag weer in dezelfde trein naar dezelfde bestemming reist om weer een dag te gaan werken. Misschien is dat wat ons verbindt, het gezamenlijk stilletjes dragen van de saaie regelmaat van het werkende leven. Wat het ook is, ik kan in ieder geval elke ochtend mijn detective skills trainen in de hoop ooit beter te worden, tegen beter weten in.

Author image
Britt – 26 jaar – Ik word blij van thee, muziek, Netlfix, reizen, slapen en sarcasme. Maar vooral van thee. Thee is belangrijk. Ik heb meningen over dingen.